Home
HOME| WOORDENLIJST| SITEMAP| E-MAIL     DE EN FR IT
NL
  


WOORDENLIJST

Zetmeel: Belangrijkste bestanddeel in granen (+/- 60%). Onder de vorm van een polymeer van glucose
Bio : Elk (plantaardig of dierlijk) product uit de biologische landbouw. Deze landbouw geeft voorrang aan goed beheer eerder dan externe hulpstoffen. In dat opzicht vervangen cultuur- en mechanische methoden producten uit chemische synthese. Voor de verwerking van deze producten legt dezelfde wetgeving CEE n° 2092/91) een streng lastenboek op. De toepassing ervan wordt gecontroleerd door een organisme met volmacht van de nationale autoriteiten. Voor ons bedrijf is dit Ecocert (B).
Dextrose: Synoniem van glucose (wordt soms gebruikt voor het poeder dat verkregen wordt uit het kristalliseren van een glucoseoplossing).
DE: geeft de graad van vooruitgang in de hydrolyse aan. De functionele eigenschappen van de stropen variëren naargelang het bereikte niveau (zoete smaak, viscositeit, hygroscopiciteit, bruinkleuring...)
Diastase: Vermogen van een enzym of gerstemout om zetmeel om te zetten in suikers.
Enzymen: Eiwitten samengesteld uit aminozuren die door alle levende organismen aangemaakt worden. Ze katalyseren verschillende reacties en maken de biologische activiteit in het leven van planten, dieren en mensen mogelijk. Dankzij enzymen kan zetmeel omgevormd worden in kortere moleculen, waardoor verschillende stropen op basis van granen kunnen worden geproduceerd. Voor de bio-sector is het van essentieel belang dat de enzymen van niet-genetisch gemodificeerde organismen komen. Dankzij de enzymen die tijdens het mouten worden geactiveerd kan gerstmout enzymen vervangen in bepaalde toepassingen.
Fructose: Fructose Monosaccharide uit fruit, uit de omzetting van granen, uit sacharose of inuline; fructose smaakt zoeter dan glucose.
Glucose: Monosaccharide die ontstaat uit de volledige hydrolyse van zetmeel. Is te vinden in verschillende groenten- en fruitsoorten (druivensuiker).
Glutenvrij -Gluten free: Product dat minder dan 200 ppm gluten bevat (volgens de Codex Alimentarius). Bepaalde granen zijn van nature glutenvrij (rijst en maïs). De siroop van maniokzetmeel bevat ook natuurlijk geen gluten. Dankzij een fysisch proces kan het gehalte aan gluten sterk verminderd worden (in tarwezetmeel en tarwestroop bij voorbeeld).
Hydrolyse : Afbreken van zetmeel in verschillende kleinere moleculen aan de hand van enzymen. Het resultaat is een uitgebreid gamma stropen en met een variëteit aan moleculen, van dextrose (DP1) tot de hoogste moleculaire fracties (DPn), en ook maltose (DP2) en malto-triose (DP3).
Maltose: Disaccharide (2 glucosemoleculen) verkregen uit de hydrolyse van zetmeel.
Mouten: De gerst ondergaat drie handelingen: weken, kiemen, eesten. Dankzij dit proces worden op natuurlijke wijze enzymen (alfa- en beta-amylase) gevormd.
Maltodextrine: Gedroogde glucosestroop met een laag DE (< 20), een wit weinig zoet poeder met een hoge viscositeit bij oplossing in water.
Demineralisatie: Proces waarbij de (gehydrolyseerde) sappen op ionenwisselaars (kunststoffen) worden gebracht om ze te zuiveren van mineralen en andere stoffen (uit de grondstoffen of proces hulpstoffen) waardoor grootschalige productie van stropen met een laag gehalte aan mineralen mogelijk wordt. Het product na demineralisatie is perfect zuiver en kan qua uitzicht vergeleken worden met water. Omdat deze synthetische harsen geen deel uitmaken van de filtermaterialen toegelaten door de bio-wetgeving, kan de demineralisatie niet worden toegepast in de biologische productie.